5. Privacy in het SMW

Inleiding

De bescherming van de privacy is in verschillende wetten en verdragen geregeld. De belangrijkste wet op dit gebied is de Wet Bescherming Persoonsgegevens,  ook wel 'privacywet' genoemd. Samenwerking tussen professionals van ondersteuningsteams op school en van  wijkteams zal ertoe leiden dat zij informatie over leerlingen en gezinnen willen uitwisselen. Deze gegevensuitwisseling moet plaats vinden binnen de kaders van de privacywet. Andere belangrijke wetten in dit verband zijn: Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst, de Wet Politiegegevens en de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Momenteel zijn er in Rotterdam meerdere ‘privacyreglementen’ in gebruik, waarbij instellingen hun eigen afspraken hebben gemaakt. Deze verschillende ‘reglementen’ worden geïnventariseerd met als doel te komen tot één kader voor het opslaan en uitwisselen van privacygevoelige gegevens. Vanzelfsprekend is Rotterdam daarbij afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen op dit gebied.

 

Geheimhoudingsplicht

 

Schoolmaatschappelijk werkers hebben een geheimhoudingsplicht volgens de Beroepscode voor de  maatschappelijk werker. Dat betekent dat ze vertrouwelijk met de hulpvraag van de leerling en/of ouders/verzorgers omgaan. De geheimhoudingsplicht van de SMW-er is een belangrijke voorwaarde voor effectieve ondersteuning aan leerlingen en/of hun ouders/verzorgers. De vertrouwensrelatie is van essentieel belang. Soms is het echter nodig dat (een deel van) de  informatie van de SMW-er wordt uitgewisseld met andere professionals. Die informatie-uitwisseling mag echter alleen plaatsvinden wanneer dit uit goed hulpverlenerschap, zoals dit in de wet is omschreven, wordt gedaan (zie verder paragraaf 5.3).

Ouderlijk gezag

Iedereen in Nederland die jonger is dan 18 jaar staat onder gezag. Dit betekent dat zij sommige beslissingen niet zelfstandig mogen nemen. Er zijn verschillende soorten gezag: ouderlijk gezag, gezamenlijk gezag en voogdij.  Als  een leerling jonger is dan 12  jaar, hebben de gezagsdragers volledige  zeggenschap over de hulpverlening. Leerlingen van 12 tot 16 jaar hebben gedeeltelijke zeggenschap en vanaf 16 jaar hebben leerlingen volledige zeggenschap over de hulpverlening.

Voor een goede samenwerking tussen het SMW  en ouders/verzorgers is het altijd  belangrijk dat er informatie-uitwisseling plaats vindt tussen het SMW en ouders/verzorgers over de situatie van de leerling. Transparant en in overleg met ouders/verzorgers wordt besproken welke informatie met welke professionals worden gedeeld. Daar zijn wettelijk gezien wel een aantal regels voor vastgesteld.

Schoolmaatschappelijk werkers die belangrijke informatie hebben over een leerling (van 0-12 jaar), bijvoorbeeld over hoe de leerling op school zich voelt, moeten na een scheiding beide ouders/verzorgers met gezamenlijk gezag op grond van het Burgerlijk Wetboek, daarover informeren. De SMW-er informeert de verzorgende ouder en de andere ouder wordt geïnformeerd door de verzorgende ouder. Van een uitzondering op deze informatieplicht, ook aan de ouder met gezag, is  alleen sprake als de SMW-er van mening is dat het niet goed is voor de leerling om de informatie te geven. Als ouders/verzorgers met of zonder gezag vinden dat hen ten onrechte informatie wordt geweigerd, dan kunnen zij de rechter vragen hierover een uitspraak te doen. De SMW-er doet er goed aan dit met de leidinggevende te bespreken. Voor alle gesprekken met ouders over informatie uitwisseling en wanneer met wie wordt gesproken is het van belang dat deze gesprekken goed worden gedocumenteerd. Transparantie is in deze zaken een groot goed.

Het kan ook zijn dat een gezin begeleid wordt door een gezinsvoogd. (ondertoezichtstelling).  SMW-ers  hebben niet de plicht om deze gezinsvoogd  informatie te geven over de leerling. Hij of zij is namelijk niet belast met het ouderlijk gezag over de leerling. Maar het is  wel raadzaam om de gezinsvoogd de informatie te geven over de leerling vanwege de optimale transparantie.

Toestemming en informatieverstrekking aan derden

Jeugdigen moeten gezond en veilig kunnen opgroeien. Dat betekent dat professionals alert moeten zijn op mogelijke signalen die dit in de weg staan. De problemen kunnen zich in de loop van de tijd opstapelen en dan is het nodig dat professionals elkaar tijdig vinden, niet langs elkaar heen werken en samen tot een aanpak komen.

Als het SMW gegevens wil uitwisselen met collega’s, dan hoeft  het daarvoor geen toestemming te vragen aan de ouders/verzorgers of de leerling. De SMW-er moet betrokken leerlingen of ouders/verzorgers wel altijd op de hoogte brengen van de informatieverstrekking. 

Conform de WGBO (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst) worden voor het verkrijgen van instemming/toestemming en informeren van de ouders/verzorgers de volgende leeftijdsgrenzen voor leerlingen gehanteerd:

  • bij leerlingen tot 12 jaar: instemming of toestemming van de ouders/verzorgers.

  • bij leerlingen van 12 tot 16 jaar: instemming of toestemming van ouders/verzorgers én leerling.

  • bij leerlingen vanaf 16 jaar: instemming of toestemming van de leerling.

Voordat de SMW-er besluit om informatie over een leerling en/of /ouder/verzorger met andere professionals te delen, moet zij zorgvuldig afwegen waarmee het uiteindelijke belang van de leerling/ouder/verzorger het meest gediend is: het respecteren van de  privacy, of een inbreuk hierop maken en het eventueel doorbreken van de geheimhoudingsplicht. Er kunnen namelijk situaties zijn waarin de problematiek zo ernstig is dat het doorbreken van het beroepsgeheim voor de SMW-er noodzakelijk is. Denk hierbij aan vormen van huiselijk geweld, verwaarlozing of kindermishandeling, waarbij de betrokkenen zelf niet of onvoldoende mee kunnen of willen werken. Van belang is altijd dat de SMW-er haar afwegingen goed beargumenteert en documenteert. In de privacy tool ‘Samenwerken in de jeugdketen, een instrument voor gegevensuitwisseling’ staat een stappenplan die de SMW-er kan helpen om op een systematische en zorgvuldige manier af te wegen of samenwerking en het uitwisselen van informatie met andere professionals in het belang van de leerling en/of ouders/verzorgers is. Belangrijke vragen voor de SMW-er hierbij zijn onder andere:

1          Proportionaliteit: Staat mijn actie in verhouding tot het doel? Is mijn actie in proportie? Deel niet meer dan wat voor het doel noodzakelijk is.

2          Subsidiariteit: Kies ik voor de minst ingrijpende actie?. Moet ik wel multidisciplinair samenwerken? Is er een andere, minder ingrijpende actie mogelijk om mijn doel te bereiken?

3          Doelmatigheid: Heb ik de meest geschikte actie ondernomen? Bereik ik met deze actie mijn beoogde doel?

Zie voor de volledige tekst: http://www.voordejeugd.nl/images/pdf/overige/Privacytool.pdf

De privacy tool  is een aanvulling op een aantal andere instrumenten die hulp bieden bij het maken van afwegingen rondom privacyaspecten. Denk daarbij aan de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling voor organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren, de Meldcode kindermishandeling van de KNMG; het standpunt van de KNMG en de LHV over de Verwijsindex Risicojongeren en de KNMG Richtlijn omgaan met medische gegevens.

 

Registratie en dossiervorming

Voor een goede doorlopende leerlijn en opvoedondersteuning is dossiervorming erg belangrijk. De gemeente Rotterdam wil dat per leerling één dossier wordt opgebouwd. In de toekomst zullen zowel scholen als de jeugdhulpverlening en de wijkteams, waar het wettelijk mogelijk is, werken in hetzelfde dossier. School en ouders/verzorgers hoeven hierdoor maar één keer informatie aan te leveren en formulieren in te vullen.  Ouders/verzorgers mogen altijd het dossier over hun kind inzien. Als persoonlijke werkaantekeningen ingebracht worden in een overleg of in een leerlingbespreking komen die ook in het dossier. In dat geval vallen ook deze persoonlijke werkaantekeningen onder de Wet bescherming persoonsgegevens.

 

Heeft u vragen?

Stel ze via ons formulier